Tanzania werd reeds rond twee miljoen jaar geleden bewoond door
mensachtige wezens. In de oudheid werden er contacten onderhouden met
Egypte. Meer dan 2500 jaar geleden kwam de Urewe-cultuur zich vestigen langs
het Victoriameer. De bewoners kenden ijzersmelttechnieken, produceerden een
specifiek aardewerk en leefden van landbouw en wat veeteelt. In de 4e eeuw
v.Chr. kwamen de Arabieren en Perzen handel drijven in Tanzania. Tussen de
vijftiende en negentiende eeuw bezaten de Portugezen een monopoliepositie
wat betreft de handel met Tanzania, doch werden in 1828 door de Arabieren
verslagen.
In 1884 sloten vertegenwoordigers van de Duitse Oost-Afrika Vereniging
verdragen met de plaatselijke stamhoofden, waarna de Duitse Oost-Afrika
Vereniging Tanganyika koloniseerde. In 1890 werd Tanganyika een Duitse
kolonie. Een opstand tegen het Duitse gezag in 1907 (Maj-Maj opstand) werd
door de Duitsers hardhandig onderdrukt. In 1914 geraakte Tanganyika als
Duitse kolonie betrokken bij de Eerste Wereldoorlog. Werden de meeste Duitse
koloniën in Afrika en Azië reeds in 1914 en 1915 door de Entente veroverd,
Tanganyika bleef tot het einde van de oorlog in Duitse handen. Gouverneur
Albert Heinrich Schnee en de geniale Duitse kolonel (later: generaal) Paul
von Lettow-Vorbeck wisten via guerrilla-methoden uit de handen van de
aanvallende Britten, Belgen en later ook de Portugezen te blijven. Sterker
nog, het numeriek kleine leger dat Von Lettow-Vorbeck commandeerde viel
zelfs (met succes) de Britse stellingen in Kenia aan. Vanaf 1918 trokken de
mannen onder Von Lettow door Mozambique. Op 14 november 1918 capituleerde
Von Lettow toen hij hoorde dat de strijd in Europa voorbij was.