|
15-december-‘05
In
de avond, als de maan over het meer door de bomen schijnt, geniet ik van het
fraaie uitzicht. Door het schemerige bladerdek van de omliggende bomen gaan
de kraaien pootjes trippel trappel trippel trap. Tabalchurie, een chiquere
wijk, een rustige en van lieverlee steeds meer vertrouwde omgeving begint
ons te herkennen. Voor velen nog altijd bestempelt als een bideshi. Je ziet
ze denken: “Het is een vreemde zeker die verdwaalt is zeker”, maar voor de
buren en de nabijgelegen inwoners zijn wij een vertrouwd gezicht. Op mijn
fiets scheur ik 2 maal per dag, behendig allerlei obstakels, kippen en
geiten ontwijkend het pad af naar kantoor en
vise versa. De kleine 15 minuten brengen, door de op de route
liggende heuvels, enige beweging in het door de hete zomer getergde lijf.
72,5 geeft de weegschaal steevast aan. Niet de 76 waarmee ik een dik jaar
geleden begon doch ook de 68,5 met kleren gemeten is voor als nog verleden
tijd. “Voltooid verleden tijd?”, dat zal voornamelijk van de volgende zomer
afhangen.
De
dekens hebben opnieuw een prominente plaats in huis ingenomen. De sweaters
het vest en de spijkerbroek, nog altijd niet uit de mode, worden met
regelmaat aan het straatbeeld toe vertrouwd. Zelfs de fan waarvan het verlof
tijdens de zomermaanden was ingetrokken geniet van de verplichte vrije tijd.
Het
kwik, welke gedurende de middaguren nog altijd aan de 30 snuffelt, heeft in
de avond en de nacht de aangename gewoonte zich te verschuilen onder de 20
en af en toe wordt zelfs de 12 met een bezoek vereerd.
De
luchtvochtigheid, ogenschijnlijk ook met verlof, bemoeit zich niet langer
met mijn dagelijkse gevoel.
De winter
is begonnen!
Bangladesh the place to be!
6
weken Rangamati, nieuw record? Het lijkt erop.
Ik
boek voor de nachtbus naar Dhaka.
Ik
ben niet in de stemming voor een lange reis, eigenlijk zie ik er gewoon
tegen op.

Ik
denk terug aan ons feest , ondanks dat er minder mensen waren dan wij
aanvankelijk hadden verwacht, was het weer ouderwets gezellig.
Het
blijft toch een raar idee dat als je wat organiseert er altijd gegeten moet
worden. De boys van Buddy zoals hij ze altijd noemt hadden een
voortreffelijke maaltijd op tafel gezet. Gezongen, gelachen, gegeten, meer
dan afdoende gedronken en er werd gedanst. Nou ja gedanst! Bimel-Chakma,
zoals u al begrijpt één van de lokale, praat al maanden over de
kangoeroedans! Dit is een traditionele dans waar hij zeer trots op is. Des
al niet te min beginnen zijn vrienden en kennissen zich te irriteren aan
hem. Niet, omdat hij vervelend is. Niet, omdat hij niet leuk is. Niet, omdat
hij zich obsceen gedraagt. Echter tijdens een gezellig avondje borrelen, wat
hier in Tabalchurie bijna dagelijks het geval is, begint Bimel na 2-3 glazen
rijstwijn al enigszins balorig te geraken. Gooi er volgens nog 2 glazen in
en je wordt geconfronteerd met de kangoeroedans.
Hippend op één been het gehele balkon gebruikend mogen wij deze traditionele
folklore aanschouwen. Echt spannend is het niet maar des te aardiger om een
uitvoering te zien van iemand die hem al redelijk heeft geraakt. De
pleindans een andere traditionele dans, waarbij de mannen subtiel aan de
broekspijpen trekkend, dartel om elkander heen draaien, wordt als toegift
vertoond.
Mijn
gedachten flitsen naar de volgende morgen.
Ontbijt met 7 op ons balkon, gevolgd door allerlei andere leuke dingen
gedurende de dag.

Rangamati is erg leuk, het weer is perfect. Ik ben niet in de stemming voor
een lange reis.
Terug op kantoor komt Liva naar me toe, Boss, bomming in Chittagong zegt ze
en gaat vervolgens, alsof het normaalste zaak van de wereld is, weer door
met haar dagelijks werk. Het hoge gerechtshof in Chittagong blijkt het
doelwit te zijn geweest van fundamentalisten. 15 doden en 100 gewonden. Ik
bel met Dhaka om de stand van zaken te horen, echter niemand weet veel meer.
“Mag ik met de bus vannacht”: vraag ik. Bespreek maar met je werkgever wat
zij ervan vinden. Mijn Dhaka stemming wordt niet beter.
We
krijgen hartal donderdag a.s. ik realiseer dat als ik niet vannacht ga ik
wellicht niet naar Dhaka af reis. Op zich niet zo erg waren het niet dat ik
een uitnodiging heb van de Nederlandse ambassade. Ze hebben hoog bezoek en
alle Nederlanders en Nederlandstalige zijn uitgenodigd.
Zwaar vermoeit stap ik om 6.00 uur het gebouw van VSO binnen. Het wordt een
drukke week. Eerst onze volunteer meeting, vervolgens werelds HIV/AIDS dag,
dan naar de ambassade, een kerst musical aanschouwen, de wereld volunteers
dag, jaarrapporten rond brengen bij de hotspots in Gulshan en aan het eind
van de week een VSO meeting om de Monitor & Evaluatie van VSO Bangladesh te
verbeteren.
Ondanks dat het om 16.00 begint lopen wij om 15.45 de tuin van onze
ambassadeur binnen. Te vroeg zal je net als Heidi denken. Echt niet; de
ambassadeur en zijn vrouw komen 3 minuten later binnen en hebben alle
gelegenheid om met ons te praten. Binnen is het een jolige bedoeling, de
klanken van de schuiftrompet ondersteunt door kindergezang komen ons
tegemoet. Wij nemen een glaasje witte wijn en praten uitgebreid met de
ambassadeur en zijn vrouw. Onze ambassadeur heeft vroeger voor de NOVIB
gewerkt en is uitermate geïnteresseerd in verhalen uit het veld.
Voordat de wel zeer hoog geëerde gast zijn entree in de tuin maakt, weten
wij afdoende speculaas, marsepein, banketletter, gevulde speculaas,
suikergoed en chocolade met de nodige hoeveelheid witte wijn weg te spoelen.
“Dat
is alweer even geleden dat ik u heb gezien”: zeg ik.

“Dat
kan je wel stellen jongeman”: zegt de Sint met een naar mijn idee nog altijd
jong frivole stem.
“U
moet weten Sint dat ik vorig jaar al wilde komen maar door een #$**!@#
hartal heb ik het van uit Rangamati niet kunnen halen.”: zeg ik mij daarmede
veronschuldigen.
“Ik
weet het jongeman maar pas enigszins op je woordkeus ook al zijn het #$**!@#
hartal’s wil nog niet zeggen dat wij ons tot het zelfde gespreksniveau
moeten verlagen.”: zegt de Sint enigszins belerend.
“Ik
heb overigens vernomen dat jij goed werk doet daar in de Hill Tracts, voor
Green Hill is het niet.”: is zijn vraag waarmee hij mij weet te verbazen.
“Dat
klopt Sint”: zeg ik nog enigszins overrompeld door zijn enorme kennis.
“Welnu, jongeman ga door waar je mee bezig bent je doet goed werk en wind je
niet teveel op over die #$**!@# hartal’s dat is slechts een aanslag op je
gezondheid, en dan bereik je nooit mijn leeftijd zullen we maar zeggen.”
Hahaha, reagerend op zijn eigen woordkeuzen.
“Ik
denk dat me dat niet gaat lukken Sint bij de 102 haak ik wellicht af”: is
mijn reactie.
“Dan
ben je al een aardig eind op weg”: zegt de Sint nog altijd glimlachend.
“Ach, Sint ik ben nog niet halverwege”: zeg ik wanneer ik realiseer dat hij
mij opnieuw in het ootje neemt.
“Oke, jongeman mijn tijd is beperkt, ik moet gaan”: zegt hij niet eens op
zijn horloge kijkend.
“Komt uw trouwe viervoeter u ophalen”: vraag ik als laatste.
“Die
heeft vliegangst, het is ongekend hoe gemakkelijk hij de boot op gaat maar
het vliegtuig weigert hij steevast. Daarnaast zijn door de prijs stijgingen
van de laatste weken de wortelen in Bangladesh zo duur dat het qua onkosten
ook niet echt interessant is om hem mee te nemen”: zegt de Sint terwijl hij
in de zojuist voorgereden riksja stapt.
Terwijl ik hem uitzwaai roept hij mij nog na: “En met de lokale prijzen van
het vervoer per riksja heb je géén paard nodig. Het is al met al iets lager
dan ik gewend ben maar de opstap is een stuk aangenamer.” zijn de laatste
woorden terwijl hij uit het gezicht verdwijnt.
Wordt vervolgd,
|