|
|
06-november-‘05
………dan gaat het weer gebeuren. Opnieuw een enerverende nacht met weinig anders dan een roterende fan. Heb jij dat gehoord aan onze deur vannacht of heb ik het me ingebeeld: vraagt Jamillah bij het ontbijt.
Ik! Heb ik iets gehoord? Mezelf de vraag nog maar eens stellend, nee ik heb echt niks gehoord. Hoezo? Wel ik dacht iets aan de deur te horen, op het buitengedeelte, een beer misschien of in ieder geval iets groots, denk je dat ik het mij verbeeld? Nu moet u weten ik hoor niet veel gedurende de nacht. Ik heb namelijk de aangeboren neiging om al in slaap te zijn voordat mijn hoofd het kussen raakt om vervolgens door te halen tot dat de dag weer aanbreekt. Ik word nooit wakker van natuurlijke geluiden, slechts van die zaken die niet in de omgeving thuis horen. Ik kan u vertellen Mr President dat is erg handig. Een inbreker die hoor ik. Een tram of trein in de stad die hoor ik niet. Is weliswaar onnatuurlijk maar voor de stad een natuurlijk geluid. Het ochtendgebed waar vele volunteers over klagen daar slaap ik door heen….. mits ze vroeger op zijn dan ik, welke alleen in de Ramadan periode gebeurt.
Kortom een beer in het Nationaal park is een natuurlijk geluid en laat ik mijn nachtrust niet door onderbreken. Handig maar dus ook jammer. Stel je voor midden in de nacht een grote beer voor je raam, ik doel uiteraard niet op de grote beer die in de vorm van 6 lichtjes de hemel weet te sieren, dat is toch een soort van fascinerend vindt u niet? Midden in de nacht gaan je ogen open je ziet een schaduw op de veranda en denkt wat is dat. Nog altijd niets vermoedend doe je de buitendeur open die je vervolgens met dubbele snelheid probeert te sluiten voordat een om honing bedelende poot dit spontane gebaar weet te voorkomen. Tuurlijk niet schat: zeg ik! Het zou best kunnen. Ik heb alleen niks gehoord! Het vervoer komt voor rijden of liever gezegd voor lopen. Een van onderaf gezien immens grote Hati loopt de tuin van de lodge in, knielt vervolgens voor ons en met gebruik van een stoel, de achterpoten en de grove ronding van zijn achterrug klauteren wij omhoog. Al hobbelend begeven wij ons door het dorp, welke er van bovenaf grappig en uitermate miniatuur uitziet. Alsof we aan het sluipen zijn. Een immens groot beest, poten waar je liever niet onder komt, worden neergezet als een winkelbediende die in een porselein zaak met de attributen om gaat. Uiterst voorzichtig! Nauwelijks hoorbaar! De aanloop van 2 kilometer op zich zelf is al een heel feest. Dan verdwijnen we het bos in onze grote meid doet zich te goed aan enkele verse struiken die wel 2 meter hoog zijn en met alle gemak van de wereld, door de slurf worden beet gegrepen en vervolgens afgescheurd. Altijd goed voor de spijsvertering een vers blaadje, takje of boompje. Dit
keer géén regels. Deze zijn niet noodzakelijk. De eerbied die deze
indrukwekkende gestalte op ons maakte, is voor zijn mede bosbewoners min of meer
gelijk. Een koppeltje neushoorns Het frist je op en houdt de huid soepel. Van bovenaf gezien zijn ze nog altijd groot, maar aangezien zij zich niet druk maken om hun grote vriend Hati, blijven ze rustig in de poel liggen. Heerlijk ontspannen schiet ik enkele foto’s en ben uitermate tevreden dat ik de zigzag truc niet hoef toe te passen. Al met al hebben wij ook nog een soort van geluk, ondanks dat er velen zijn, een neushoorn zie je niet elke dag. Uiteraard wordt er ook géén beestengarantie verstrekt, maar in gedachten strepen wij de neushoorn van de lijst nu nog een beer en wie weet een tijger. Tijgers, de Koninklijke Bengaalse tijger, komt ook nog in redelijke hoeveelheden voor en zo af en toe zie je er één. De laatste die gesignaleerd was, een paar maanden geleden, heeft een letterlijk dodelijke indruk achter gelaten. Minimaal 3 mensen verorberd voordat hij werd gevangen. Het schijnt dat als tijgers eenmaal mensen vlees geproefd hebben de smaak ze voorgoed bij blijft. Veelal willen ze niks anders meer. De omgeving heeft dan een serieus probleem. Je wilt ze niet afschieten maar je bent min of meer genoodzaakt. Onze
tocht gaat verder. Stijl naar beneden en vervolgens door de rivier.
Olifanten zijn wat bijna niemand weet en eigenlijk iedereen zou moeten weten, vreselijk goede klimmers. Ik herinner me dit van de safari’s in Afrika, ik was hoogst verbaasd. Maar een ieder die tijdens zijn geschiedenis lessen goed heeft opgelet weet dat Hannibal met zijn olifanten de Pyreneeën is over getrokken. Niet dat ik tijdens die lessen zo goed heb opgelet, echter ik heb die achterstallige kennis door middel van stripboeken weten te compenseren. Lang leve het beeld verhaal! Hebt u ook stripboeken gelezen Mr. President of mocht u dat niet van uw ouders onder het motto dat het slecht is voor de opvoeding?
Op zijn tijd is het pad smal. Onze dikhuid trekt zich daar niets van aan, hij struint met zijn nog altijd fluwelen voeten rustig verder links en rechts een fris blaadje verorberend. Dan zien we hem. Verdorie, dat is wat je noemt jammer géén beer of tijger doch slechts een hertje die schuw in het struikgewas is weggedoken. Niet dat hij bang is voor zijn grote vriend Hati maar een schop van één van die giga poten en dan heb je toch snel een paar dagen hoofdpijn. Op gepaste afstand staat hij ons aan te gapen. De
2,5 uur durende tocht zit er bijna op. Nog even de rivier door en dan weer door
de hoofdstraat terug naar de lodge.
Op ons verzoek wordt de olifant in een smal zijpad geparkeerd, hij zakt door zijn poten en wij stijgen af voor een kop koffie. Om 11 uur bij de rivier zegt hij nog dan wordt er gebadderd.
Elke dag gaan de olifanten in bad. Uiteraard is dit de plaatselijke behoorlijk krachtige rivier. Ze worden met een steen geschobd. Naast het ontvlooien van de dikhuiden is het ook een soort van attractie voor de aanwezige toeristen. Als je op zijn rug zit en chob roept dan spuit hij een grote hoeveelheid water over zijn rug heen en ben je daadwerkelijk zelf aan het douchen. Het leukste van dit alles is als de olifant zich op zijn zij laat vallen en vervolgens weer opstaat.
Jij gaat onderwater, doch door krachtig je benen rond zijn nek te drukken is het mogelijk om er op te blijven. Al doende ben je bezig met een levensechte rodeo. Als je los laat drijf je op de stroom weg en er tegen in zwemmen is mogelijk maar niet eenvoudig. Er op blijven zitten is het advies, wat niet eenvoudig en doodvermoeiend is.
Chitwan National Park is ten einde, met de pygmeeën bus gaan wij terug naar Kathmandu. Onderweg de regelmatige controles welke ons als vertrouwd aan doen. Nog 2 dagen te gaan! Inkopen, wijn & whisky, nog snel een tafelkleed, enkele CD’s en de maag afvullen met enchillada’s. In de avond krijgen wij een privé concert,
plaatselijke folklore wordt met veel bezieling ten ore gebracht. In Nepal wordt er meer muziek gemaakt, of het is gemakkelijker te vinden, dan in Bangladesh. Ik vraag de muziekanten plaats te nemen aan de raam zijde, de avondzon geeft prachtig strijklicht.
Inpakken en wegwezen. Het is 11.15 volgens mijn klokje en ik vraag waar de taxi blijft? Na 2 weken Nepal kom ik tot de conclusie dat zij 15 minuten achterlopen ten opzichte van Bangladesh. Ik dacht al die tijd dat de klokken niet goed stonden! De luchthaven geeft een gereserveerd doch emotioneel afscheid. Gaan we elkaar nog zien, vraag ik me af wanneer ik in check voor vlucht CM 751? Bangladesh ligt onderwater, ondanks dat er nauwelijks overlast is, ziet alles er van grote hoogte erg nat uit. In Dhaka door de controle, een ieder moet zijn tassen open maken maar als bidesh kan je gewoon doorlopen. Vast wel, denk ik! Wanneer ik de plaatselijke taxi maffia ontloop en 100 meter verder in stap voor een normale rit met taximeter. Mohamaphur jaben! zeg ik de omgeving herkennende doch duidelijk iets missend. P.S aanbevolen stripboeken voor de algemene ontwikkeling van uw kind:
|