|
|
23-juli-‘06
Nog één maal draaien wij ons om. Nog één maal kijken wij gefascineerd naar de besneeuwde top van de Khangchendzonga. Ook vandaag was het ochtendgloren ons van dienst, de strak blauwe hemel het gestaag in intensiteit toenemende ochtendlicht was ons op nieuw van dienst. De jeep start en wij laten de rust en het inmiddels vertrouwde achter ons. Hoe lang duurt de tocht, vraag ik. Vier uur maar hangt voornamelijk van de weg af. In het regenseizoen zijn de inwoners van Sikkim ten sterkste afhankelijk van de staat van de weg. Regelmatig verschuift er aarde en soms rotsblokken. Deze modder stromen eindigen altijd op de weg. Eigenlijk is de weg het enige wat niet natuurlijk is in het landschap. Het verstevigde horizontale gedeelte van twee tot soms vijf meter breed is een goede buffer voor de in het regenseizoen regelmatig optredende land verschuivingen. Helaas als dit gebeurt ben je vaak voor minimaal uren van de buitenwereld afgesloten. Onze reis naar Gangtok, de huidige hoofdstad van Sikkim, verloopt voorspoedig. Even is er enige verwarring, bij het oversteken van de rivier rijden wij opnieuw een stuk door Darjeeling om vervolgens een kleine twee kilometer verder de rivier weer te kruisen. Helaas wij worden gesommeerd ons naar de controlepost te begeven. Een korte uitleg is bij deze afdoende, normaal gesproken krijg je permissie voor vijtien dagen als je Sikkim dan verlaat mag je er drie maanden niet meer komen. Wij zijn opnieuw in Zuid Sikkim en zijn onderweg naar Oost. Gangtok lijkt op Darjeeling er is meer luxe, ook hier is een bioscoop en velen hotels, het is slechts kleiner maar zeker niet mooier. Wij vinden het niks, na meerdere dagen in rustig en afgelegen gebieden te zijn geweest is de drukte niet het gene waar wij op zitten te wachten. Eerst maar eens een hotel vinden, ook dat valt niet mee. Het toeristen seizoen is nog zeker niet ten einde, bijna alles is vol. Ik weet een kamer voor 200 roepies te bemachtigen maar de vooraf verwachte keus is er niet. Gangtok heeft een water probleem, ergens naar het noorden, zuiden of westen van de stad is de waterleiding kapot gegaan, inmiddels is dit al enkele dagen het geval en raakt het water in de stad op,
iedereen staat netjes met zijn emmertje in de rij. Water wordt met velen vrachtwagens vanuit de bergen aangevoerd. Water is er genoeg nog altijd klettert het regelmatig met grote hoeveelheden uit de hemel. Onze eerste dag is een groeps excursie naar een in het oosten gelegen meer. Hiervoor hebben we een nieuwe vergunning nodig, alsof wij de behoefte hebben om vanuit Sikkim naar Bhutan te gaan.
Het vertrek om negen uur gepland wordt uitgesteld en uitgesteld, de vereiste vergunning is nog niet rond. Als we dan eindelijk op weg gaan is het al zo laat dat enkele er sterk over denken om gewoon uit te stappen en verder niks te betalen. Ik ben minder kordaat, tijdens het ontbijt heb ik alle penningen al voldaan mijn onderhandelings positie daarmee gereduceerd. We worden gecontroleerd, paspoorten graag heb ik niet klinkt het van zeven kanten. Je moet een paspoort hebben zegt de met enkele strepen gedecoreerde soldaat. Ik leg hem uit dat zijn baas in Gangtok, vanochtend twee uur langer bezig is geweest met alles te controleren en dat wij daarom zo laat zijn, ondertussen met veel ondertoon toevoegend dat hij op moet schieten aangezien wij niet meer in de stemming zijn voor enige discussie. Hij begrijpt snel en we zijn weer op weg.
Bij de volgende controle post, heb ik de gelegenheid om deze oude baas te fotograferen.
Het meer ligt op 3780 meter het is er nat en koud. Het is niet meer dan een toeristen attractie, winkeltjes theehuisjes en momo. Momo is gerold deeg met daarin groenten of vlees, het wordt gestoomd of gefrituurd en het is erg lekker. Origineel komt het uit Nepal. Wij lopen over de weg naar boven, dat is verboden het is een beperkt gebied met weinig bewegingsmogelijkheden, onze gids probeert ons over te halen niet verder te gaan maar dit heeft weinig effect. Als later de officiële auto met uniformen met zowel sterren als strepen komt zijn wij een stuk inschikkelijker. Rond het meer kan je Yak rijden en kaas eten. Het is allemaal prachtig, tijd om terug te gaan. Reeds genoeg van de stad, gaan wij naar het noorden. Nog even geldtrekken, de zorgvuldig gespaarde en aan de grens gewisselde Taka’s zijn er door. Phodong wordt bereikt na een spectaculaire jeep rit, wegen zijn half weggeslagen blubber is wat het wegdek overspoelt en water stroomt daar waar je het niet hebben wil. Het is één uur in de middag, als wij uitstappen bij hotel Yak & Yeti. Phodong is nog kleiner dan Yuksom dus genoeg tijd om de omgeving en het dorp te verkennen. Eerst maar lunch en een biertje. Phodong heeft verschillende kloosters, in de middag bezoeken we een kleine recht boven ons hotel. Onderweg komen we in gesprek met de plaatselijke jeugd, het wereldkampioenschap voetbal heeft ieders aandacht. Kunnen we kijken vragen we, jazeker in het hotel is een televisie. Als wij om half negen binnen lopen achter de buis plaats nemen en eten willen bestellen komt de eigenares aan gelopen. Terwijl zij de televisie uitschakelt zegt ze, "geen eten het is bedtijd", goedenacht en loopt weer weg. Gelukkig kunnen we nog iets in ons hotel krijgen maar het is duidelijk in het dorp wordt het ritme bepaald door de zon en niet door het voetbal.
De weg naar boven is één grote blubberzooi, gestaag grote glijpartijen vermijdend boeken wij langzaam voortgang. De weg is werkelijk bar en boos. De weg het wordt weg kan je hier eigenlijk niet meer gebruiken. De twee kloosters daarin tegen zijn ons worstel partij meer dan waard. Oude gebedsboeken kaarsen gestookt op boterolie en de muren zijn prachtig beschildert.
De plaatselijke Bantes zingen er op los. De bamboo gebedsbladeren één voor één draaiend. De trommel geeft een opzwepend ritme. Zit de cadans in de trommel of in het gebed als een volmaakte symbiose vullen zij elkaar aan.
Helaas het is tijd om terug te gaan, vroeg in de ochtend rond zessen hebben wij de eerste jeep naar Gangtok. Het heeft de laatste dagen hard geregend wat zal de staat van de weg zijn?
Gelukkig was de chauffeur niet in de cabine aanwezig, mocht hij hem daar voor de nacht hebben geparkeerd dan was dit geen gelukkige keuze. Terug in Gangtok hebben we nog één dag, inkopen whisky en rum een paraplu en ons voorbereiden op de reis terug. Als ik 's avonds de mail check blijkt het weer hartal te zijn in Bangladesh, de bus zal niet rijden. De eerste gunstige hartal denk ik terwijl ik nog maar een bier bestel. De bus terug gaat voorspoedig, bij de grens gaat het iets sneller,rond de 71 cm per minuut. Een ieder kent ons nog er wordt wederom vrolijk gestempeld. Als we in de nachtbus naar Dhaka stappen kijk ik in mijn paspoort. Mocht je een stempel verzamelaar zijn ga dan van Bangladesh naar Sikkim en terug, deze korte trip heeft in totaal dertien stempels op geleverd. |