|
9-januari-‘o6
Het
werk en leven worden bepaald door de rivier. Een ieder probeert zo zijn
eigen graantje mee te pikken van wat de natuur te bieden heeft. Net na de
registratie office wordt er, wellicht op garnalen, gevist.

Zoals overal en bij alles in Bangladesh wordt het meeste werk door de
vrouwen gedaan.
Langzaam gaat onze tocht verder naar het zuiden. De zon staat tijdens het
winterseizoen weliswaar laag aan de horizon, doch een plekje uit de wind
geeft met de 30 graden die overdag nog wordt bereikt, alle gelegenheden tot
het nemen van een zonnebad.
De
rivier schuift traag aan ons voorbij. Tegen vijven, terwijl de zon richting
horizon en westen verschuift, er plaats gemaakt wordt voor koelere oceaan
lucht en wij één voor één meerdere kledingstukken gaan dragen wordt de
ankerplaats voor de nacht bereikt.
In
rap tempo verdwijnt de zon en de warmte.
Handschoenen, ijsmutsen, truien en dekens worden naar boven gesleept, wat al
met al een koddig gezicht geeft.

Van
links naar rechts proberen Mike “Canada”, Orla “Ierland”, Tracy “USA”,
Yvonne “Ierland” & Rosie “UK” zich te wapenen tegen de aankomende nacht.
De
rijstwijn, whisky en andere hartversterkers geven dat laatste beetje om het
gevoel te beïnvloeden.
De
Sundarbans is in de winter ongetwijfeld kouder dan de Hill Tracts. Echter
meer dan 1 jaar Bangladesh heeft ook zijn uitwerking op het autonoom
regulatie systeem. Alwaar ik vorig jaar nog vrolijk met een T-shirt buiten
liep, denk ik nu al snel dat het koud is. Een jaar na dato ben ik dan ook
erg tevreden met de dikke trui die ik heb meegesleept.
De
nacht is koud, het bed is warm.
De
dageraad blaast om 6.30 reveille.
Ontbijt is gemaakt, de koffie is bruin.
Als
tegen negenen de warmte wederom is toegenomen stappen wij in de kleine
bijboot voor onze eerste speurtocht in de mangrovebossen.

Veel
te laat denk ik, terwijl wij rustig peddelend richting kanaal gaan. Wil je
dieren zien moet je voor dageraad aanwezig zijn en mijn gedachte gaan naar
de mangrove bossen in Venezuela alwaar ik met enkele plaatselijke indianen
in het holst van de nacht een tocht heb gemaakt tussen slangen, miereneters
uilen en vogelspinnen.
Langs de waterkant zien wij herten en strand/water vogels.

De
breedte van de kanalen tussen de bossen is smal, soms erg smal.
Het
zonlicht straalt een spookachtig gevoel door de smalle kanalen.

Zal
er een tijger zijn, gaan wij hem ook zien?
Als
je vraagt hebben jullie wel eens een tijger gezien? Krijg je steevast als
antwoord: Nee, maar hij zit er wel en de laatste keer dat hij gezien werd
moest die persoon met spoed naar het ziekenhuis!
De
gras plukkers komen er ook wel eens één tegen, niet iedereen overleefd het.
Als ze éénmaal mensen vlees……….
Ik
realiseer me waarom we niet voor dageraad de bossen in peddelen, stel je
voor dat de tijger nog niet klaar is met zijn ontbijt. Zal hij de boot
bespringen? Het zijn goede zwemmers!
De
ijsvogel in volle vlucht haalt mij uit mijn dromen.

Deze
kleine felblauw gekleurde visser blijft fantastisch om te zien. Ook in
Rangamati zie ik hem regelmatig over het water scheren. Ben je met de boot
dan vliegt hij vaak voor je uit. Alsof hij opgeschikt de benen neemt om
vervolgens 50 meter verderop met hetzelfde gevoel opnieuw zijn vleugels uit
te slaan. Een prachtig gezicht. Soms zie je hem in een duikvlucht naar
beneden komen, onderwater verdwijnen en met een kleine vis in zijn bek het
luchtruim weer betreden. Niet de kleinste maar zeker één van de mooiste
vogels ter wereld. Blauw wordt afhankelijk van het gebied van herkomst
afgewisseld met geel rood en oranje.
Het
lijkt alsof de maan zijn ritme volledig kwijt is, hij staat opgelicht door
het lage zonlicht nog altijd in vol ornaat aan de hemel

Het
is prachtig! Het weer is prachtig de dieren zijn prachtig de natuur is
prachtig de Sundarbans zijn in één woord prachtig.
De
mangrove bossen hebben een eigenaardig wortelsysteem, als scherpe doornen
steken de wortels vanuit de grond de lucht in. Deze zogeheten luchtwortels
staan bij hoogtij onderwater om bij eb vanuit het ogenschijnlijk niets weer
op te doemen.

In
eerste idee lijken zij gevaarlijk, een kleine wandeling door het woud maakt
snel duidelijk dat zij niet zo hard zijn als dat men in eerste instantie zou
denken. Maar voorover vallen op enkele van deze wortels lijkt mij eerlijk
gezegd ten sterkste af te raden. Wortels afgewisseld met allerlei vruchten
of zaden zo ver het oog reikt.
Er
wordt iets gefluisterd, ongetwijfeld Bangla, maar kan ook zeker een lokaal
dialect zijn geweest. Als op commando begint de roeier voor terug te
peddelen. Het wordt stil in de boot. Géén enkel geluid bereikt mijn oren, de
spanning valt te snijden. 20 meter terug en dan zien wij het ook de
afdrukken van een tijgerpoot.

Zal
hij nog in de buurt zijn. De adem wordt ingehouden. De wind blaast zachtjes
over het water. Een 10-tal paar ogen speuren de omgeving af. Er valt weinig
ligt door de dichte begroeiing. Zie ik daar wat of begin ik mij van alles in
te beelden, wellicht het laatste. Terwijl ik mijn opgespaarde adem zachtjes
uitblaas. Nogmaals naar de afdruk van de tijgerpoot kijk, vraag ik mij af
hoe lang geleden is hij hier voorbij gekomen. Zou Winnetoe dat weten?,
bedenk ik mij of heeft die alleen verstand van paardenhoeven en buffelsporen
en is een tijgerpoot zelfs voor hem één brug te ver.
Terug naar de “echte” boot. Wachtend op de steiger blijkt de wind
aanzienlijk te zijn toegenomen. De oversteek wordt, om het voor de roeiers
te vergemakkelijken in 2 groepen gemaakt. Wederom word ik getroffen door de
schoonheid van de omgeving.

Wordt vervolgd!
|