Naar inhoudsopgave Home

11-januari-‘06

 

De middag wordt gedicteerd door de kerstgedachten. Terwijl de meerderheid zijn rust pakt staan Sarah & Niccola zich in de te kleine kombuis uit te sloven.

Het kerstdiner welke in Engeland als late lunch wordt opgediend is vooraf besproken geselecteerd en in gedachte voorbereid. Hoe maak ik dit gerecht zonder oven, hoe krijg je alles op tijd klaar met maar één gas pit zijn vragen die uitgebreid zijn doordacht en het resultaat mag er dan ook wezen.

De tafel wordt zo feestelijk als mogelijk gedekt.

De rode wijn, voor deze speciale gelegenheid, aangevuld met kaneel, kruidnagelen en dergelijke, er daarmee zeker niet beter op geworden, straalt vanaf de tafel warmte uit.

Terwijl de Engelse onder ons, de handen aan het glas warmend, bij elke slok thuis proeven, is mijn sensatie meer één van de jaren 6o. De goedkope hoestdrank die ondanks de velen zorgvuldig doordachte marketing strategieën de eeuwwisseling niet heeft gered en slechts nog naam maakt in sterke verhalen of een verouderde versie van Triviant.

Gelukkig maakt het rode dampende vocht al snel plaats voor een uit Australië over gevlogen Chardonnay, die door het keur van vinologen zou worden bestempeld als te koud met wellicht teveel hout, ondanks dat onze polyester boot best nog wat hout kan gebruiken. Hij glijdt er bij mij in als een verse, nog altijd enigszins vette, gerookte paling.

Mijn gedachten schieten naar oudejaarsavond 1978 of omtrent. Van Kooten & de Bie met hun parodie op de velen in opbloei zijnde wijnproeverijen: “du vin, du cycle, du ordinaire”. Het gaat niet om de centen maar om de procenten: denk ik, terwijl ik gulzig aan mijn glas nip.

Het is kerst en we hebben wijn!

Het eten is overigens fantastisch.

Mocht u vrienden, familie of kennissen in Engeland hebben dan kan ik u ten sterkste aanraden deze tijdens kerst eens met een bezoek te vereren.

Wij hebben lootjes getrokken en nadat de magen afdoende zijn afgevuld worden de door Santa Claus speciaal in de Sundarbans afgeleverde cadeau’s, geopend. De Sundarbans wordt door de christmas carols opgeschikt. Menig tijger, zal zich, verontwaardigt door de valse tonen andermaal achter de oren hebben gekrabd niet begrijpend waar dit rare voetvolk zo door gefascineerd werd.

Als uiteindelijk het gitaar spel tezamen met de whisky aan zijn eind begint te geraken, worden de dekens opgepakt en de kooien op gezocht.

Kerst 2005 kan mede door mijn onverwachte kerstverrassing in de boeken worden aangetekend.

 De afdruk van de tijgerpoot dirigeert ons door het grasland. 

Opnieuw valt de spanning, vooral in het begin, te snijden. Gaat het vandaag gebeuren, gaan we de tijger zien? Het landschap komt op mij over als een optimaal tijger landschap! Niet dat ik enig verstand heb van tijger landschappen en nog veel minder van Koninklijke Bengaalse Tijger landschappen, het komt als zodanig op mij over.

De geweren nog altijd nonchalant vrolijk keuvelend over de schouder mee gedragen, zorgen ervoor, dat het spanningsveld elke 10 meter die wij vorderen, verminderd. In no time gaat het zwijgen over in zacht fluisteren welke al snel plaats maakt voor vrolijk kwekken, uitbundig giechelen en vergaande conversaties.

Mocht de tijger in de buurt zijn geweest dan heeft hij voor zeker het hazenpad genomen.

 

De zeezijde wordt bereikt. Het door ons verstoorde maagdelijk strand biedt gelegenheid voor zandkastelen, wandelen, zonnebaden, zwemmen, schelpen verzamelen en laag water worstelen.

Strand en zand, afgewisseld met stroken mangrove, zo ver het oog reikt.

De terugweg wordt gekenmerkt door het af en aan vliegen van roofvogels  die jacht maken op de door ons opgeschikte kleinere dieren.

 

Vrolijk pruttelt de motor van de boot als wij ons opmaken voor de volgende verplaatsing. In de namiddag wordt een ankerplaats gezocht. Terwijl de 2-hoevige  zich te goed doen aan wat het vlakke mangrove land te bieden heeft maken wij ons andermaal op voor een prachtige zonsondergang in een fascinerende omgeving .

 

 

                                    

Het avontuur bijna ten einde brengt ons wederom in Mongla.

Mongla is de voorhaven van Khulna, middelgrote zeeschepen kunnen hier aanleggen of voor anker gaan. Het eens zo kleine en pittoreske dorpje aan de rand van een prachtig natuurgebied is uitgegroeid tot een economisch centrum welke ondanks de weinige inwoners één van de belangrijkste havens van Bangladesh is.

Het rivier/water leven is dan ook niet te missen.

In Mongla brengen wij een bezoek aan Rupantar. Dit is de NGO waar Sarah voor werkt. Zij hebben de reis in de Sundarbans verzorgd. Naast de gebruikelijke toeristisch trips proberen zij belangstelling interesse en aandacht te vragen bij de plaatselijke bevolking voor de Sundarbans. De regering, zoals eerder vermeld, heeft géén prioriteit gegeven aan het beschermen van dit unieke gebied. Rupantar probeert door middel van de “Pot gan” (Bangla voor plaatjes lied) de plaatselijke bevolking te bewegen zuinig te zijn op hun eigen omgeving.

De “pot gan”  is een lied dat met live muziek en een draaiende rol met tekeningen wordt opgevoerd.

De bevolking, waarvan meer dan 50% niet lezen of schrijven kan, wordt met dans, zang en gezelligheid bewust gemaakt van de problematiek rond de Sundarbans.

In Khulna is onze trip ten einde.

Als mij later in de nachtbus richting Chittagong een diep dierlijk grommend geluid ter oren komt, ik wakker schik van de bus die hevig schuddend de veerboot op rijdt: denk ik aan de tijger, de Koninklijke Bengaalse Tijger!

Zal hij nog bestaan?

Zijn er andere die in de nacht stiekem door de mangrove bossen sluipen om hier en daar afdrukken te plaatsen opdat de toerist dat oh zo speciale gevoel krijgt.

Ik weet het niet! Misschien heeft zijn verre neef of nicht die ik in de Sundarbans heb ontmoet daar een antwoord op.

Één ding is echter zeker!

De Sundarbans; met of zonder Koninklijke Bengaalse Tijger, het bezoeken meer dan waard!