|
28-july-05
…….midden op de brug komt de bus tot stilstand. Mijn hoofd naar links
draaiend bezorgt een fraai uitzicht over de ondertussen roodoranje
oplichtende rivier. Glimmend water onderbroken door elektriciteitsmasten,
zwartbruine door teer en verwering aangetaste houten boten en hier en daar
een visser die zijn quotum voor de dag nog niet bijeen heeft gebracht.
Opgewarmd door de ondergaande zon en genietend van het door hoogte ontstane
pittoreske landschap dommel ik opnieuw weg.
Toet toet wheng wheng, ik schrik op van een vertrouwd geluid, spitsuur Dhaka!
Nog
even en opnieuw een busreis zonder persoonlijke ongelukken. Kan je daarmee
in het Guinness book of records komen? Nieuw record! In 1 jaar
tijd 38 maal de Dhaka-Chittagong road gebust en géén persoonlijk ongeval…..
wie oh wie gaat dat nog verbeteren?
Slechts 3 dagen duurde mijn thuiskomst in Rangamati. Een symposium over
lokaal bestuur dat door een NGO in Dhaka is georganiseerd, is de reden van
mijn onverwachte terug keer. Green Hill wilde vriendelijk en beleefd
afschrijven maar na aandringen van de managementadviseur…….is de adviseur
opnieuw in Dhaka. Adviseren kent tenslotte ook zijn beperkingen!
Wij
aanwezig met een stand zijn in de gelegenheid om naamsbekendheid te creëren
aan ministers, ambassadeurs en andere VIP’s. Het symposium

wordt gehouden in the persclub en trekt de nodige belangstelling. Lokaal
bestuur is één van de belangrijkste ontwikkelingen die veel ondersteuning
krijgt van de internationale gemeenschap en waar dan ook veel geld in om
gaat.
Voor de standbemanning bestaat de dag uit wachten, hangen, chatten en koffie
drinken tot dat de stoet met zeer geëerde gasten langs de kraampjes komt,
wij in de gelegenheid worden gesteld enige handen te schudden en de sprekers
met het nodige promotionele materiaal te overladen. Dit alles in de
aanwezigheid van de pers die met filmlampen en flitslicht probeert deze
situatie natuurgetrouw op de gevoelige plaat vast te leggen.
Vijf minuten later is het allemaal voorbij, de bonte stoet high society
ondersteunt door het geratel van camera’s maakt plaats voor het vrolijke
gesnor van een twintigtal fan’s die geducht proberen de door de filmlampen
verwekte extra warmte de ruimte uit te werken. Een volle ochtend bla bla
wordt 's avonds in een kleine minuut herhaalt opdat ook de rest van
Bangladesh, mits zij over de middelen beschikken, van dit hooglijke moment
mogen mee genieten. De blond harige blauw oog was gedurende enige
ogenblikken in het middelpunt van het nationale blikveld, werd mij later in
Rangamati verteld.
Terug slenterend naar het hotel, onderweg genietend van de op elke hoek in
groten getale aangeboden pindas, wordt onze voortgang belemmerd door een
vredige demonstratie.
Dit
soort protest marsen worden regelmatig gehouden. Is het niet voor
verkiezingen, een oproep tot goed bestuur, iemand of meerdere die zijn
aangeramd, verkracht of mishandeld, dan is het wel omdat zoals dagelijks in
de krant vermeld: “Men is omgekomen in cross fire!”
Dhaka is druk. Het krioelt van de mensen. Onderweg naar huis, wellicht naar
vrienden alles en iedereen beweegt. Afgewisseld door de straatbewoners die
ook hun kostje bijéén trachtten te sprokkelen.
Achcha bondu! (hé vriend!) is de gebruikelijke manier waarop je wordt
aangesproken. Ondertussen verzadigt van vrienden in Bangladesh negeer ik
dit soort uitlatingen en zet mijn tocht richting hotel gestaag voort.
Negeren alleen is niet voldoende, er wordt zachtjes tegen de arm getikt of
in een soort van aai beweging, die voor het aanhalen van de kat van de buren
niet ongebruikelijk is, getracht de aandacht te trekken.
Achcha bondu!
Amar ma
oshusto. (mijn
moeder is ziek)
Tara mora ( ze gaat dood)
Taka douw! (geef geld!)
Rangamati is zo goed als gevrijwaard van dit soort taferelen. Chittagong en
ook Dhaka geven altijd dit zelfde straatbeeld, rustig rond lopen is er niet
bij. Vooral in Chittagong wachtend op de bus heb je toch altijd wel in de
gaten wie wel en wie niet op straat rond hangt.
Niet dat ik dit soort situaties nooit eerder heb gezien maar in
tegenstelling tot bij het reizen waarbij je gemakkelijk door kan lopen en
daar mee aan mogelijke keuzes ontvlucht, komen ze hier keer op keer terug.
Veel bedelaars zijn wereldwijd georganiseerd. Veelal niet voor zichzelf maar
voor een baas houden zij hun hand op om zoveel mogelijk voor het
bedelaarsbedrijf te ontvangen. Kinderen worden nog altijd verminkt, ze zien
er dan zielig uit en leveren meer op. Geld geven is vaak niet de oplossing.
Kon ik in het begin eenvoudig stoïcijns voor mij uitkijkende dit soort
momenten ondergaan, van lieverlee wordt dat moeilijker, in mijn gedachten
krijgen ook de bedelaars een gezicht en daarmee een verhaal.
Het
hotel doekt als verlosser op!
In
de kamer worden snacks en koffie besteld. De TV gaat aan. De marathon
zitting kan beginnen. Star movies, HBO en Z-studio weten, de 1% inwoners van
Bangladesh die over de mogelijkheden beschikken, tot in de kleine uurtjes te
vermaken. Zo ook ons. Drie films worden er op rij gezien waarbij tussendoor
het telefonisch bestelde diner wordt verorberd.
Tijdens 1 van de vele commerciële breaks staar ik uit het raam en aanschouw
Dhaka by night! 
Als
mijn lijf het al heeft opgegeven en ik elke keer langzaan weg zak is
uiteindelijk ook de laatste film ten einde. 1.30 uur, het licht en de
kijkkast uit. Je mist het niet maar als de gelegenheid daar is…. heerlijk.
De
tweede dag is meer van hetzelfde. De discussies zijn, wellicht om de kosten
te drukken, verplaatst naar het bijgebouw. Wij gevoelsmatig al
standbewoners, hebben een echte hangdag, het te verwachtten publiek laat het
massaal afweten. Goede gelegenheid om met elkander kennis te maken, de quiz
van de Australische High Commission te doen en natuurlijk de nodige foto’s
te schieten, om zodoende aan het thuisfront in Rangamati te laten zien hoe
Green Hill is vertegenwoordigt.

Aan
Ranjit onze CDO ( community development organizer) zijn nog duidelijk de
tekenen van de cinema avond af te lezen. Onze stand bestaande uit velen
foto’s van het werk in de Hill Tracts trekt normaliter veel bekijks. Op de
achterwand hangt een groenspandoek met het nodige Banglascript, een mooie
gelegenheid voor enige basale uitleg.
Het
Bangla is een afstammeling van het Sanskriet die velen variaties kent in
voornamelijk India. Het Chakma is overigens ook een variant op het Sanskriet
en lijkt het meeste op het Chittagong dialect. Marma daarin tegen is een
afstammeling van het Birmees en dus ook totaal verschillend en
onverstaanbaar.
Velen vragen mij of wij in Nederland ook Engels spreken. Ik leg dan uit dat
iedereen op school Engels leert maar dat in de dagelijkse praktijk dit niet
wordt gebruikt. Als voorbeeld geef ik altijd:”Engels en Nederlands is als
Chakma en Marma” en dat zegt hun genoeg.
Het
“Pangkua”, een ander lokale taal die door nog slechts 2800 beoefenaars wordt
gesproken, is overigens een taal die qua uitspraak min of meer hetzelfde is
als Nederlands. Op de culturele avond waar Lal en ik een nummer zongen in
onze eigentaal, kregen we als opmerking: “Pangkua en Nederlands same same”.
In
de grote gele letters staat GREENHILL, lees maar mee. De 1ste 3
slingers zijn een samen voegsel van de G met het slingertje er onder de R
en daar aan vast een staf van sinterklaas wat de I vertegenwoordigt. Een G
spreek je normaal gesproken uit als goh tenzij hier een klinker is
aangevoegd. De klinker kan zowel voor als achter de letter staan en sommige
klinkers bestaan uit 2 gedeelten één voor en één achter de letter. Deze I is
wat we noemen de lange I en staat achter de in dit geval combinatie letter
GR.
De
volgende, een soort van hoge en groot uit gevallen komma is de N. Vergeet
vooral niet fonetisch te denken, in het engelse green is zowel in Bangla als
Nederlands ee het geluid i en wordt ook als zodanig geschreven. Onbekende
woorden, veelal engels, worden in het Bangla fonetisch uitgewerkt.
Dan
volgt er een soort van sikkel. Dit is ook een klinker de korte i, zoals in
kip. Deze in dit geval voor de letter H (een soort van gekke 2 of scheve z
die onder de balk hangt), komt dus achter de letter en vormt gezamenlijk een
hih geluid. De dwars liggende 3 met aan het eind een staf naar beneden is de
L. Waarom deze overigens niet als dubbele L is geschreven is mij
onduidelijk.
GREENHILL, je ziet zo moeilijk is het niet alleen een beetje vreemd.
Het
is overigens wel een erg rare gewaarwording om in een stad of land te komen
waarbij er géén enkel aanknopingspunt is. Niks is herkenbaar en het vinden
van postkantoor, bank of andere overheidsgebouwen is dan ook een sport op
zich. Nu na 10 maanden waarbij het script enigszins duidelijk begint te
worden ga ik dingen herkennen.
Het festival is voorbij, heen en weer naar Rangamati, enige rust vindend in
de plaatselijke folklore,
nog
even een meeting bijwonen en 2 dagen later zit ik weer in de bus naar Dhaka.
In Chittagong begin ik al enige bekendheid te genieten. De kranten verkoper
komt mij steevast de hand schudden en een praatje aanknopen. Bij de bus
vragen ze niet meer om mijn naam.
Jamillah die vanwege familie omstandigheden naar de Filippijnen was terug
gekeerd is het doel van deze korte interventie.
Boxershorts heeft ze op verzoek voor mij mee gebracht. Wil je er enigszins
comfortabel, dan heb ik het nog niet over sexy, bij lopen dan heb je in
Bangladesh een probleem. Aangezien bij de gemiddelde riksjarijder het woord
ondergoed niet in zijn vocabulaire voorkomt, is de keuze zo pover, dat een
bezoek aan één van de omringende landen uitkomst biedt.
Daarnaast zijn de wastechnieken van de gemiddelde boea (hulp in de
huishouding), dusdanig ruw dat tot vervanging veel sneller moet worden over
gegaan dan je vooraf zou verwachtten.
New
market de plaats waar alles gebeurt en waar alles…. bijna alles te koop is,
wordt geteisterd door de inmiddels in alle heftigheid en regelmatig
terugkerende regen.

Nat
worden is niet erg en soms zelfs lekker. In een stevige bui is het nog
altijd rond de 28˚. Droog worden dat is het probleem! De hoge
luchtvochtigheid maakt alles klam en zonder ondersteuning van wind of fan
worden je kleren niet droog.
In
Bangladesh, het gemiddelde loon is dus danig laag, wordt alles nog met de
hand gedaan. Als er een huis wordt gebouwd dan wordt het zand, weliswaar
eerst met een truck aangeleverd, door pure mankracht verplaatst. Ook het
maken van cement gaat veelal handmatig.
Er
zijn wel machines maar die zie je slechts mondjesmaat worden gebruikt. Hier
in New market is men bezig klossen te draaien,

met
behulp van de machine wordt het verdere proces handmatig begeleid.
De
verdienste voor een zandsjouwer zijn zo’n 100 taka per dag. Ook een
riksjarijder verdient min of meer hetzelfde. 100 taka per dag komt neer op
een kleine 2800 taka per maand. Hiervan wordt geleefd, geslapen en vaak ook
nog een gedeelte gespaard om naar de familie op te sturen. Velen armen
mensen gaan naar de grote stad om geld te verdienen. Zij worden uiteindelijk
riksjapuller, zoals ze hier genoemd worden. Niet dat dit hun ideaalbeeld was
maar er is niet veel anders en de concurrentie is dan ook enorm.
Onlangs is er een hele discussie geweest over het aantal files en
opstoppingen in Dhaka. Direct gevolg de riksja’s werden van enkele grote
straten geweerd. Voor de rijders is dit een groot gemis in inkomsten. Mensen
zijn gewend aan het vervoer per riksja en er is eigenlijk niemand die een
afstand van meer dan 300 meter te voet aflegt. Door deze nieuwe maatregel
moeten passagiers nu bij het passeren van een hoofdstraat, aan de ene zijde
uitstappen, oversteken en vervolgens aan de andere zijde opnieuw een riksja
bemachtigen. In de praktijk gebeurt dit niet men kiest voor een stukje
wandelen. Op sommige wegen geeft juist deze beperking opstoppingen, maar dan
van riksja’s.

Het
oh zo handige snelle en veilige vervoermiddel is door deze maatregel
aanzienlijk gedegradeerd. Het geschatte inkomsten verlies ligt op miljoenen
taka, niet alleen voor de pullers, maar ook voor de kleine ondernemer die
langs de kant van de weg met thee, sigaretten en broodjes probeert zijn
maand inkomen, vaak besteed door de riksjapuller bij één te sprokkelen.
Het
zijn niet de arme mensen die karakteristiek zijn voor Bangladesh, ondanks
dat dit er velen zijn. Het is voornamelijk de tegenstelling tussen rijk en
arm die zo enorm groot is.
In
Bangladesh is die erg goed te zien en te voelen.
|